Nieuws

Natuurwaarde in Laarbeek is meetbaar, en dat vraagt aandacht

Een gezonde natuur zorgt voor een gezonde en evenzo prettige leefomgeving. Een gezonde natuur begint bij een goede basis in bodem, planten en insecten. Hoe mooi is het om te zien dat we in Laarbeek in staat zijn dit daadwerkelijk te meten. Al sinds 2010 wordt een monitoring uitgevoerd op verschillende onderdelen om de natuurwaarde te meten en iedere 4 jaar wordt dit in een rapportage vastgelegd. . Heel bijzonder dat dit geheel wordt uitgevoerd door vrijwilligers van het IVN. Iets wat niet vaak genoeg kan worden gewaardeerd. Afgelopen week ontvingen we een uitgebreide analyse over de stand van de natuurwaarde van Laarbeek.

Maar hoe staat Laarbeek er dan voor?

Nog niet al te best, de natuurwaarde is zoals in de rest van Nederland nog steeds dalende. Maar er zijn zeker ook lichtpuntjes te bespeuren. Zo is de natuurwaarde in het agrarisch gebied stabiel gebleven en is de waterkwaliteit vooruit gegaan. Genomen maatregelen hierin hebben hun effect.

Voor de monitoring wordt gekeken naar verschillende gebieden zoals beken, vennen, bermen, zandwegen, bossen en ook de bebouwde kom. In deze gebieden wordt gekeken naar de aanwezigheid en intensiteit van verschillende soorten dieren en planten. De tellingen en bevindingen worden vergeleken met de vorige monitoring en gestaafd langs de landelijke normen die ook per gebiedssoort zijn gespecificeerd. Hieruit volgt een cijfer dat terugslaat op een schaal van ‘slecht’ via ‘matig’ naar ‘goed.’

Wat vooral opvalt is dat in de bebouwde kom de natuurwaarde nog steeds achteruitgaat. Hierbij kan mogelijk geconstateerd worden dat de maatregelen die getroffen zijn, zoals het biodiverser maken van de plantsoenen, voorkomen hebben dat het nog harder achteruit gaat. Het onderstreept in ieder geval de noodzaak om dit beleid verder door te zetten en mogelijk nog verder uit te breiden. De monitoring van de bebouwde kom zal de komende jaren ook versterkt worden nu ook de vlindertellingen zijn toegevoegd. De resultaten hiervan kunnen pas in de volgende monitoring mee.

Ook het maaibeleid van de bermen, oftewel het beperken hiervan, levert inmiddels wat op. De natuurwaarde van de bermen is goed vooruit gegaan nu in de minder kale bermen allerlei organismen weer een plek krijgen.

Voor het agrarisch gebied geldt dat hier vooruitgang is geboekt door het verblijf van de oeverzwaluw te bevorderen. In de weidevogels is echter nog steeds een daling te zien. De bossen, en daarbij vooral de bosranden, krijgen door de nieuwe aanpak in diverse bosranden (veel opener), aanwezigheid van dood hout en meer variatie.

Het rapport en de bijbehorende conclusies geven ons in ieder geval aan dat we moeten blijven investeren in het biodiverse groen en dat we met het maaibeleid op de goede weg zijn. Ook de samenwerking met de Bosgroep voor het onderhoud van onze bossen mag niet onbenoemd blijven.

Een goede communicatie en uitleg over ons groenbeheer blijft echter van cruciaal belang om draagvlak voor dit beleid te vinden en te behouden.

Meer nieuws