Op uitnodiging van de jeugdzorgorganisatie ‘Combinatie Jeugdzorg’ hebben we een bezoek gebracht aan de locatie in Eindhoven. Op deze locatie wordt jeugd opgevangen in zowel dagbehandeling als continue begeleiding. De bijeenkomst was goed opgezet waarin zowel cliënten als medewerkers aan het woord kwamen in kleine sessies.
De combinatie jeugdzorg is de grootste zorgaanbieder binnen onze regio op het gebied van jeugdzorg. Ze hebben ongeveer 400 pleeggezinnen, 3 hoofdlocaties en 30 kleinere locaties voor opvang. In totaal 1.618 jongeren in behandeling. Ze verzorgen zowel zorg in gezinnen, ambulante hulp, als dagopvang en dag/nachtopvang. Daarnaast zorgen ze ook voor de pleegzorg en sinds kort ook inzet op minderjarige asielzoekers.
Het uitgangspunt is ‘Elk kind een thuis en een toekomst’. Daarom is men van mening dat de term jeugdzorg onvoldoende de lading dekt. Het werk vind namelijk ook veel plaats in gezinnen, dus moet het veel breder worden gezien.
Als zorg in het eigen gezin niet meer gaat, dan is pleegzorg in de buurt een belangrijke pijler om het kind een thuis te bieden. Omdat er nog altijd een tekort is aan pleegouders worden nieuwe pleeggezinnen nu ook laagdrempeliger geworven. Er wordt gezorgd voor meer contact tussen pleegouders. Dit om elkaar te steunen en zodat nieuwe pleeggezinnen rustig kunnen starten met bijvoorbeeld alleen ondersteuning voor dagdelen, of het halen en brengen naar zwemlessen. Zo kunnen pleeggezinnen langzaam ingroeien, kijken wat bij hen past en steun vinden bij elkaar.
Binnen de combinatie jeugdzorg vindt ook opvang plaats in dag en nacht. Het zijn veelal kleine groepen van maximaal 6 kinderen per groep. De groepen en locaties zijn kleinschalig, zodat de opvang zoveel mogelijk in de eigen wijk kan plaatsvinden. De vertrouwde omgeving en vertrouwde school is namelijk goed voor het welzijn van de kinderen.
Is de zorgbehoefte zwaarder, dan is dagopvang de volgende stap. Lukt het thuis echt niet meer dan wordt het dag/nachtopvang, waarbij die soms ook in het weekend doorloopt. De jongeren in de opvang hebben thuis geen veilige plek en er is vaak weinig interesse vanuit de ouders. Meestal is er sprake van schooluitval over een langere periode. De jongeren moeten de ruimte krijgen om fouten te maken, zichzelf te leren kennen en een eigen ‘ik’ te ontwikkelen. Het doel is om zo snel mogelijk weer regulier naar school te gaan, maar het tempo van het kind wordt gevolgd. De ondersteuning wordt ook zo lang als nodig gegeven, ook bijvoorbeeld hulp op school vanuit de vertrouwde begeleider van jeugdzorg. Uiteindelijk heeft ook het eigen netwerk een heel belangrijke rol.
Deze intensieve opvang vraagt ook veel van de begeleiders en de jongeren. De recent gestarte jongerenraad is een goede methode om te zorgen dat deze opvang aangenaam en werkbaar blijft voor iedereen. Vanuit de groepen worden leden gekozen voor de jongerenraad die aan de slag gaan met knelpunten en ideeën die vanuit hun eigen groepen komen. Denk hierbij over regels omtrent zakgeld, hygiëne van de groepen, camerabeleid en de lunchvoorziening. Recent is bijvoorbeeld de lunchvoorziening vervallen en moet deze vanuit huis worden meegenomen. Niet alle jongeren krijgen dit vanuit huis, waardoor soms jongeren zonder eten de dag door moeten komen. De jongerenraad kaart dit aan en maakt het bespreekbaar. Samen wordt gekeken of dit op een of andere manier wel opgelost kan worden.
Ook is in de jongerenraad gesproken over de diensten van de hulpverleners in het weekend. Normaal werd dit verdeeld over 3 diensten van 8 uur. Nu blijft een medewerker 24 uur op de groep waardoor er minder overdracht is. Voor de jongeren is dit fijn, want als er bijvoorbeeld in de ochtend iets is voorgevallen, dan kan daar einde van de dag nog over gesproken worden zonder dat hiertussen 1 of 2 overdrachten zitten.
In de bijeenkomst is veelvuldig de financiële druk besproken. Zie bijvoorbeeld het schrappen van de lunchvoorziening. Hoe dit aan te pakken blijft onderwerp van gesprek. Het is wel heel goed dat we als politiek hier veel in meegenomen worden en de problemen daadwerkelijk zien vanuit de praktijk. Dat geeft meer inzicht en gevoel dan alleen kille cijfers.